Knuffels en klussen op Lewis

Geschreven door Roos Scholten

Het is 7 uur en naast dat mijn wekker gaat, hoor ik buiten ook de hanen kraaien. Ik heb de hele dag nodig om mijn drukke schema bij te kunnen houden. Ik heb er namelijk voor gekozen om te gaan Wwoofen naast mijn onderzoek naar de betekenis van de Gaelic taal voor mensen op het eiland Lewis in het meest westelijke gedeelte van Schotland. Wwoofen betekent dat ik voor kost en inwoning klusjes doe voor mijn gastgezin. In dit geval renoveer ik samen met mijn hostesse Nona het grote witte hotel aan het eind van de weg. Ik woon in het enige andere huis in dit dorp samen met Nona en haar vader. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik in een dorp woon met slechts drie ‘gewone’ inwoners (waarvan ik er zelf één ben), een hond, negen Hooglanders, twee pony’s en vijf kippen, maar het bevalt me wel.

Na ongeveer vijf uur geschilderd, geschuurd en behangen te hebben, kleed ik me om voor het echte werk. Vandaag heb ik afgesproken met Ann. Haar restaurant opent vanavond voor het toeristenseizoen en ze heeft mij uitgenodigd om bij haar thuis te komen dineren en om te helpen met opstarten. Ik had van tevoren gebeld of ik langs kon komen en toen nodigde ze me meteen uit om te blijven eten of om de komende zaterdag met haar vriendinnen Stornoway in te gaan. Of beide, wat ik maar wilde.

Het is altijd spannend om die stap naar de telefoon te zetten, maar mensen reageren in mijn ervaring eigenlijk altijd open en vrolijk. Vaak verwachten mensen al dat ik op een bepaald moment zou bellen of binnenlopen. Mijn blauwe Ford KA die regelmatig over de eenbaanswegen scheurt valt blijkbaar op. Of tenminste, een onbekende auto in het winterseizoen is een gegarandeerde roddel in een eilandgemeenschap. Dat heeft voor een antropoloog zo zijn voordelen. Als je eenmaal binnen bent, dan rol je van het ene interview in het andere en één informant heeft zelfs het lokale museum speciaal voor mij opengemaakt. Met uitzondering van  het museum gaan de deuren hier nooit op slot en vinden de, vaak gepensioneerde, mensen het leuk als je af en toe onverwacht binnenstapt voor een kopje thee met melk en een stapeltje chocolaatjes, biscuitjes en cake. Hoewel je in het begin nog steeds het gevoel hebt dat je in een privé situatie inbreekt, wordt je meteen geaccepteerd. Praten gaat met de ene informant makkelijker dan met de ander, maar dat lijkt me erg menselijk. Het gewoonlijke praatje begint zoals je het overal ter wereld hoort ‘Oh darling, how are you today? Och, isn’t the weather just terrible?’ en dat gaat vaak langzaam over in sentimentele herinneringen aan hoe men vroeger elke dag bij elkaar binnenstapte, hielp op het land en ’s avonds samen dronken werd van de whisky.

Het is slechts tien minuten rijden naar Ann, ze woont in één van de meer oostelijke dorpjes van de gemeenschap, net als ik. Terwijl ik bij Ann binnenstap komen er nog twee auto’s aangereden. ‘Ah, dat is de band voor vanavond!’. Hoe kan het ook anders? Geen ceilidh (dinnerparty) zonder live muziek. Wanneer ik ga zitten krijg ik het welbekende kopje thee. De band, die bestaat uit twee mannen met gitaren, gaat ook zitten en ze beginnen meteen met oefenen voor de opening. Dit berooft mij helaas wel van de mogelijkheid om Ann te interviewen. Een oplossing doet zich snel voor wanneer Ann vraagt of ik haar moeder misschien wil spreken die in het andere gedeelte van het huis woont. Zo ja, dan gaat ze haar nog een keer proberen over te halen, want ze is nogal verlegen. Ik stem in met haar aanbod en wanneer ze terugkomt heeft ze goed nieuws. Wanneer ik binnenloop in het tweede gedeelte van het huis, zie ik een oude dame op de bank zitten met een pluizig hondje op haar schoot. De televisie staat aan zonder geluid en ze houdt een breiwerkje in haar handen. Ze lacht verlegen als ik binnenkom, maar als ik eenmaal met haar aan de praat raak komt ze los. Ze vertelt dat ze door haar ziekte niet veel meer buiten komt en dus niet veel mensen meer ziet.  Daarnaast kan ze me veel vertellen over Gaelic op Lewis en haar persoonlijke connecties tot de taal. Zo luistert ze graag naar Gaelic muziek en luistert ze elke zondag naar de Gaelic kerkdienst op haar Ipod. Wanneer ik haar weer verlaat om wat te gaan eten krijg ik een stevige knuffel van haar en de opmerking dat ik snel maar weer langs moet komen, naar mijn idee het grootste compliment dat een antropoloog kan krijgen.

* om privacy redenen heb ik namen geanonimiseerd