Traditionele Frituur Cultuur

Geschreven door: Matthias Schmal

Wat is het leukste aan onderzoek doen in het buitenland? De rijke cuisine die je in Nederland alleen maar kan namaken. Daarom geniet ik in Scotland elke dag van de vette mayo op de one-pound-sandwiches van de Tesco en de laag azijn die je op een portie “chips” krijgt. Het is ook een aanrader om bij een pub te gaan eten, waar ze zeer experimenteel zijn met de frituurpan. Ik kan mij ook uren vermaken in de Iceland. Een supermarkt gespecialiseerd in “frozen meals”. Rijen en rijen aan vriezers met voedsel waar je thuis alleen het folie van af hoeft te halen en in de oven of frituurpan hoeft te mikken.

Nu is onderzoek doen natuurlijk niet alleen maar lokale specialiteiten proeven, het is ook werken. Ik loop bijna dagelijks van mijn kamer in het gezellige Ibrox (alias The Ibronx) aan de zuidkant van Glasgow naar de Mitchel Library, een groot Victoriaans gebouw in het centrum van de stad. Hier ben ik het grootste gedeelte van mijn tijd bezig met het uitwerken van mijn eerder geschreven notities. Zeker het uittypen van interviews is een hels karwei, zoals de meesten nog wel zullen weten van het vak MTS-2. Dit wissel ik dan ook af met het kijken van Netflix. Er is hier zeker een groter aanbod dan in Nederland, zeker als je van Britse komedie houdt zit je hier goed. In de middag neem ik soms de subway naar de West end om informanten te ontmoeten in hippe koffietentjes. In het weekend is er vaak een evenement waar ik naar toe ga met een notitieboekje en de goede moed om wat informanten te scoren. Dit gaat niet altijd goed, want het is bijvoorbeeld moeilijk diepe gesprekken te hebben als er een paar meter verder twee doedelzakken en een viool muziek de zaal in pompen. Maar ook dat is participatie.

Ik ben in Glasgow om onderzoek te doen naar de Schots Keltische taal Gaelic, en dan vooral de sprekers ervan. Deze taal wordt door ongeveer twee procent van de Schotse bevolking gesproken, maar er gebeurd veel om dat percentage omhoog te krijgen. Dit onderzoek doe ik samen met Roos, maar zij heeft ervoor gekozen om driehonderd kilometer naar het Noorden op een eiland te gaan wonen. Op de eilanden wordt deze taal namelijk nog het meest gesproken en leren mensen het nog als eerste taal voordat ze een woord Engels leren. In Glasgow is dit niet het geval, maar er is hier wel een gemeenschap van Gaelic sprekers die zeer actief zijn in het levendig houden van hun taal. Er zijn heel veel organisaties die hier mee bezig zijn. Dit doen ze door bijvoorbeeld traditionele muziek concert te organiseren voor Gaelic sprekers en er is bijvoorbeeld een wekelijkse ontmoetingsavond voor Gaelic sprekers om met elkaar de taal te spreken. Dit soort evenementen zijn uitstekend voor het bekende participeren en observeren en gelukkig zijn de mensen heel vriendelijk om mij als niet-Gaelic sprekende leek alles te vertellen over de taal.

Wat mij tot nu toe het meeste is bijgebleven is in de eerste week toen ik naar een “Gaelic-Tronica” concert ging. De laatste act was een band van een groep jongens die op een soort harcore beat doedelzak en viool aan het spelen waren en een zanger in het Gaelic er overheen aan het rappen was. Ik denk dat ik toen het meest dichtbij een culture shock ben gekomen, ik moest maar weer even afkoelen tussen de Vietnameze loempia’s in de Iceland.