Veldwerk in Centraal-Amerika

Veldwerk in Guatamala

Guatamala

Geschreven door Joanne Ligtermoet

Bovenop de hoogste berg van Nisnic – dat is meestal hoe we onze woonsituatie omschrijven. Het is een mooie berg, maar de situatie is een tikkeltje onpraktisch. Elke dag begint met een wandeling van ons huis in Nisnic naar het centrum van San Cristóbal Verapaz, iets wat zo’n halfuur duurt. Maar heel weinig Guatemalteken lijken San Cristóbal te kennen. Iedereen die ons er over hoorde vertellen, nam eigenlijk gelijk aan dat het om San Cristóbal de las Casas in Mexico ging. Maar neen.

Wij doen onderzoek naar de Chixoy dam: een stuwdam die in de jaren 80 – tijdens de gewelddadigste periode van het gewapend conflict – gebouwd is. Het is de grootste dam van Centraal Amerika en levert energie aan zo’n 90% van Guatemala. De energie is groen, veilig, goedkoop en schoon. Kortom: het soort ontwikkelingsproject wat Moeder Natuur en de wereld veel goed doet. Wij focussen ons echter op de schaduwzijde van dit project. De inheemse gemeenschappen die rondom de dam en de rivier leven, hebben geleden onder de constructie van de Chixoy dam. Ze hebben land verloren, moesten verhuizen, kunnen het water uit de rivier niet meer gebruiken en leven nu in extreme armoede.

De 33 geaffecteerde gemeenschappen hebben zich verenigd in de organisatie COCAHICH (Coordinating Committee of Communities Affected by the Construction of the Chixoy Hydroelectric Dam) en strijden al jaren voor herstelbetalingen. In 2014 heeft de toenmalige president Otto Perez Molina het Plan de Reparación van COCAHICH ondertekend en in 2015 is men begonnen met de herstelbetalingen. In ons onderzoek focussen wij ons op
de gemeenschappen Santa Ana Panquix en Agua Blanca, die bij de gemeente San Cristóbal horen. In deze gemeenschappen zijn wij het vaakst, maar we hebben ook Pacux en Naranjo bezocht en daar mensen geïnterviewd. Pacux en Naranjo liggen in Baja Verapaz, de regio waar men is begonnen met het uitbetalen. Santa Ana Panquix en Agua Blanca liggen in Alta Verapaz, en zij zijn nog altijd aan het wachten op de herstelbetalingen. Tenslotte betrekken wij La Campana ook bij ons onderzoek, omdat zij al jaren een moeizame relatie met COCAHICH hebben en er wel-niet-wel-niet bij horen, waardoor het een interessante toevoeging is.

Omdat wij niet middenin in onze onderzoekspopulatie wonen, moeten we de geaffecteerde gemeenschappen bezoeken. Na ons wandelingetje naar San Cristóbal nemen we een micro-bus naar el Cruce de Santa Cruz en vanaf daar een micro-bus naar el Cruce del Sid. Dan begint het echt leuke gedeelte van de reis: ruim een uur achterin de pick-up staand door de bergen scheuren. Mensen in deze gemeenschappen leven in extreme armoede. Er hebben geen massacres plaatsgevonden, maar men heeft veel land verloren. Vooral in Santa Ana Panquix is dit een probleem, omdat de grond daar erg droog is. Vroeger kon men gewassen verbouwen bij de rivier, maar doordat het water in het stuwmeer steeg, moest men verhuizen en liepen hun vruchtbare gronden onder water. Santa Ana Panquix is een erg bijzondere community: na 1,5 uur rijden door de uitgestorven bergen is daar ineens een helling met 15 huizen. Stenen huizen zijn er niet, maar mensen wonen in kleine houten huisjes. Elektriciteit is er ook niet, en er is één waterbron voor het hele dorp. Dus: het land van deze mensen is door middel van water energie aan het genereren voor 90% van Guatemala – sterker nog: een gedeelte van de energie wordt verkocht aan andere landen –
en deze mensen hebben niets?! Hoe dat mogelijk is, is ons nog steeds een raadsel. De technische verklaring is een ingewikkeld verhaal over de gedeeltelijke privatisering van het nationale elektriciteitsbedrijf (INDE), maar het blijft bijzonder triest dat deze mensen zo benadeeld zijn door deze dam, en er zelfs niet een klein beetje van kunnen profiteren.

Elk bezoek beginnen wij met een gesprek met de president van de COCODE, een soort gemeenteraad gericht op ontwikkeling. We brengen hem een zak broodjes, stellen hem een paar vragen en beginnen dan aan onze tocht alle huizen langs. We zijn meestal met zijn drieën: Tamara, Joanne en gids/vriend Eric. Eric woont in San Cristóbal en zorgt ervoor dat mensen met ons willen praten, aangezien ze vaak erg wantrouwend en gesloten zijn naar buitenstaanders toe – wat niet zo heel gek is, gezien alles wat zij (of hun familie) meegemaakt hebben. Ook helpt Eric ons met het ophelderen van onduidelijkheden na een interview. De mensen die we tot nu toe hebben geïnterviewd in de verschillende gemeenschappen spreken Spaans, maar toch is het soms lastig om de verhalen te begrijpen
omdat Spaans meestal niet hun eerste taal is (maar Pokomchí of Achi).

Omdat de gemeenschappen nog steeds wantrouwend zijn tegenover buitenstaanders heeft de president van de COCODE ons gevraagd de interviews niet op te nemen. Om toch zoveel mogelijk informatie te verzamelen verdelen we tijdens de interviews de taken: de één maakt aantekeningen terwijl de ander het interview afneemt. Het is opvallend hoe sommige mensen moeite hebben met het beantwoorden van onze vragen. Soms zeggen ze direct al:
‘’Nee, ik kan geen vragen beantwoorden want ik heb niet gestudeerd’’. Wij leggen dan uit dat het ons niet gaat om een correcte uitleg van feiten, maar dat we benieuwd zijn naar ervaringen en meningen. Bovendien was er vooral in Agua Blanca een extreem verschil tussen mannen en vrouwen. De meeste mannen in Agua Blanca wisten ons veel te vertellen over de consequenties van de dam en de strijd voor herstelbetalingen, terwijl veel vrouwen zo goed als niks wisten over het hele proces. De president van de COCODE (en tegelijkertijd vertegenwoordiger van COCAHICH in Agua Blanca) zei eerst dat dat kwam omdat vrouwen nooit naar zijn vergaderingen komen, waarin hij uitlegt wat hij heeft gehoord van COCAHICH en wat er gaande is met de betalingen. Volgens hem wees dat niet op een ongelijkheid, maar hadden vrouwen daar gewoon geen zin in. Later kwam hij hier echter op terug en zei dat de
meeste mannen niet willen dat hun vrouwen naar die vergaderingen gaan, omdat dat nou eenmaal niet hun zaken zijn.

Het wetenschappelijk blijven is soms moeilijk. Mensen wonen in erbarmelijke omstandigheden en er is niets wat wij kunnen doen. En zelfs al zouden we iets kunnen doen, dat is momenteel niet onze taak. En toch willen we soms heel graag iets terug doen, zeker als mensen zo vriendelijk en behulpzaam zijn naar ons toe. We hebben meegemaakt dat
mensen ons bijna wanhopig vroegen of wij met COCAHICH gepraat hadden en of wij dan alsjeblieft konden uitleggen waarom zij nog geen geld gekregen hadden. Bijzonder grote communicatieproblemen dus, maar wij kunnen ook niet zomaar alles doorvertellen wat de mannen van COCAHICH ons vertellen. Dus zeggen we dat we het ook niet snappen (wat in het begin niet eens zo’n grote leugen was). Toch hebben wij wel ervaren – mega-cliché, we
weten het – dat mensen het heel erg waarderen dat je naar hun verhaal luistert. Bijna altijd bedanken mensen ons bij het afscheid nemen voor onze komst en leggen ze uit dat niemand ooit naar hen luistert en dat ze zo vereerd zijn dat wij helemaal vanuit Nederland gekomen zijn om met hen te praten.

Ook al heeft de regering haar verontschuldigingen aangeboden en ook al zullen veel families veel geld gaan ontvangen (hopelijk), toch hebben wij geleerd dat het voor de meeste mensen nooit genoeg kan zijn, omdat men zoveel verloren heeft. ‘’Nunca pueden compensar lo que pasó y no podemos regresar al tiempo antes de la construcción’’: ze kunnen nooit compenseren wat er gebeurd is en wij kunnen nooit terugkeren naar de tijd vóór de constructie [van de dam].