Veldwerk in Europa

Op Veldwerk in eigen land

Volendam (Nederland)

Geschreven door Marijn Helsloot

Wanneer aan veldwerk gedacht wordt, fantaseert iedereen al snel over plekken ver buiten Nederland. Wij hebben dit jaar echter gekozen om het onderzoek in Nederland uit te voeren. Ik ben naar Volendam gegaan. “Volendam?!” is meestal de eerste reactie. Nederlands bekendste dorp komt vaak in het nieuws en kent inmiddels vele stereotyperingen.

Enigszins sceptisch ging ik er begin februari heen. Ik had een kamer gevonden in Edam, een klein stadje waar Volendam praktisch aan is vastgegroeid. Fietsend ging ik elke dag op en neer. Eigenlijk probeerde ik alles in Volendam te doen, van de dagelijkse boodschappen tot sporten in de plaatselijke sportschool. Al snel maakte ik kennis met de term ‘jas’, oftewel iemand die niet uit Volendam komt. Als jas moest ik dus gaan participeren in de Volendamse samenleving, die nog steeds erg hecht is. Er komen relatief weinig nieuwe jassen in
Volendam wonen en veel Volendammers blijven hun leven lang in het dorp. Dit geldt ook voor de bekende Nederlanders, waardoor je zomaar een BN’er tegen kan komen wanneer je in Volendam bent. Zo ben ik bijvoorbeeld Wim Jonk tegengekomen en heb ik kort met Piet Keizer gesproken, de voormalige gitarist van The Cats.

Ondanks dat het dorp in Nederland ligt, spreken veel Volendammers nog steeds tegen elkaar in het dialect; iets dat voor een jas moeilijk te volgen is en zeker niet te spreken. Participeren was dan ook niet altijd even makkelijk, maar net als op andere plekken gaat het na verloop van tijd makkelijker. Veel Volendammers zoeken de gezelligheid op en gaan veel de deur uit. Hierdoor was er altijd wel wat te doen. Ik ging bijvoorbeeld fluiten bij jeugdwedstrijden van de lokale voetbalclub en naar muziekavonden. En nadat ik steeds meer Volendammers leerde kennen, was het ook makkelijker om ’s avonds de Dijk op te gaan: de plek met de kroegjes en terrassen.

Uiteindelijk bleken de Volendammers juist erg vrijgevig en gastvrij te zijn. Overal waar ik kwam, werd gelijk eten en drinken aangeboden. Zo heb ik bij verschillende gezinnen mee kunnen eten of lunchen. Hoewel Volendam bekend staat als een gesloten gemeenschap, waren de meeste Volendammers die ik gesproken heb, juist erg vriendelijk en nieuwsgierig. Ook veldwerk in eigen land kan dus een interessante, leuke en vooral bijzondere ervaring
zijn.

 

Traditionele Frituur Cultuur

Glasgow (Schotland)

Geschreven door Matthias Schmal

Wat is het leukste aan onderzoek doen in het buitenland? De rijke cuisine die je in Nederland alleen maar kan namaken. Daarom geniet ik in Scotland elke dag van de vette mayo op de one-pound-sandwiches van de Tesco en de laag azijn die je op een portie “chips” krijgt. Het is ook een aanrader om bij een pub te gaan eten, waar ze zeer experimenteel zijn met de frituurpan. Ik kan mij ook uren vermaken in de Iceland. Een supermarkt gespecialiseerd in
“frozen meals”. Rijen en rijen aan vriezers met voedsel waar je thuis alleen het folie van af hoeft te halen en in de oven of frituurpan hoeft te mikken.

Nu is onderzoek doen natuurlijk niet alleen maar lokale specialiteiten proeven, het is ook werken. Ik loop bijna dagelijks van mijn kamer in het gezellige Ibrox (alias The Ibronx) aan de zuidkant van Glasgow naar de Mitchel Library, een groot Victoriaans gebouw in het centrum van de stad. Hier ben ik het grootste gedeelte van mijn tijd bezig met het uitwerken van mijn eerder geschreven notities. Zeker het uittypen van interviews is een hels karwei,
zoals de meesten nog wel zullen weten van het vak MTS-2. Dit wissel ik dan ook af met het kijken van Netflix. Er is hier zeker een groter aanbod dan in Nederland, zeker als je van Britse komedie houdt zit je hier goed. In de middag neem ik soms de subway naar de West end om informanten te ontmoeten in hippe koffietentjes. In het weekend is er vaak een evenement waar ik naar toe ga met een notitieboekje en de goede moed om wat informanten te scoren.
Dit gaat niet altijd goed, want het is bijvoorbeeld moeilijk diepe gesprekken te hebben als er een paar meter verder twee doedelzakken en een viool muziek de zaal in pompen. Maar ook dat is participatie.

Ik ben in Glasgow om onderzoek te doen naar de Schots Keltische taal Gaelic, en dan vooral de sprekers ervan. Deze taal wordt door ongeveer twee procent van de Schotse bevolking gesproken, maar er gebeurd veel om dat percentage omhoog te krijgen. Dit onderzoek doe ik samen met Roos, maar zij heeft ervoor gekozen om driehonderd kilometer
naar het Noorden op een eiland te gaan wonen. Op de eilanden wordt deze taal namelijk nog het meest gesproken en leren mensen het nog als eerste taal voordat ze een woord Engels leren. In Glasgow is dit niet het geval, maar er is hier wel een gemeenschap van Gaelic sprekers die zeer actief zijn in het levendig houden van hun taal. Er zijn heel veel organisaties die hier mee bezig zijn. Dit doen ze door bijvoorbeeld traditionele muziek concert te organiseren voor Gaelic sprekers en er is bijvoorbeeld een wekelijkse ontmoetingsavond voor Gaelic sprekers om met elkaar de taal te spreken. Dit soort evenementen zijn uitstekend voor het bekende participeren en observeren en gelukkig zijn de mensen heel vriendelijk om mij als niet-Gaelic sprekende leek alles te vertellen over de taal. Wat mij tot nu toe het meeste is bijgebleven is in de eerste week toen ik naar een “Gaelic-Tronica” concert ging. De laatste act was een band van een groep jongens die op een soort hardcore beat doedelzak en viool aan het spelen waren en een zanger in het Gaelic er overheen aan het rappen was. Ik denk dat ik toen het meest dicht bij een culture shock ben gekomen, ik moest maar weer even afkoelen tussen de Vietnameze loempia’s in de Iceland.

 

Knuffels en klussen op Lewis

Isle of Lewis (Schotland)

Geschreven door Roos Scholten

Het is 7 uur en naast dat mijn wekker gaat, hoor ik buiten ook de hanen kraaien. Ik heb de hele dag nodig om mijn drukke schema bij te kunnen houden. Ik heb er namelijk voor gekozen om te gaan Wwoofen naast mijn onderzoek naar de betekenis van de Gaelic taal voor mensen op het eiland Lewis in het meest westelijke gedeelte van Schotland. Wwoofen betekent dat ik voor kost en inwoning klusjes doe voor mijn gastgezin. In dit geval renoveer ik samen met mijn hostesse Nona het grote witte hotel aan het eind van de weg. Ik woon in het enige andere huis in dit dorp samen met Nona en haar vader. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik in een dorp woon met slechts drie ‘gewone’ inwoners (waarvan ik er zelf één ben), een hond, negen Hooglanders, twee pony’s en vijf kippen, maar het bevalt me wel.

Na ongeveer vijf uur geschilderd, geschuurd en behangen te hebben, kleed ik me om voor het echte werk. Vandaag heb ik afgesproken met Ann. Haar restaurant opent vanavond voor het toeristenseizoen en ze heeft mij uitgenodigd om bij haar thuis te komen dineren en om te helpen met opstarten. Ik had van tevoren gebeld of ik langs kon komen en toen nodigde ze me meteen uit om te blijven eten of om de komende zaterdag met haar vriendinnen Stornoway in te gaan. Of beide, wat ik maar wilde.

Het is altijd spannend om die stap naar de telefoon te zetten, maar mensen reageren in mijn ervaring eigenlijk altijd open en vrolijk. Vaak verwachten mensen al dat ik op een bepaald moment zou bellen of binnenlopen. Mijn blauwe Ford KA die regelmatig over de eenbaanswegen scheurt valt blijkbaar op. Of tenminste, een onbekende auto in het winterseizoen is een gegarandeerde roddel in een eilandgemeenschap. Dat heeft voor een antropoloog zo zijn voordelen. Als je eenmaal binnen bent, dan rol je van het ene interview in het andere en één informant heeft zelfs het lokale museum speciaal voor mij opengemaakt. Met uitzondering van  het museum gaan de deuren hier nooit op slot en vinden de, vaak gepensioneerde, mensen het leuk als je af en toe onverwacht binnenstapt voor een kopje thee met melk en een stapeltje chocolaatjes, biscuitjes en cake. Hoewel je in het begin nog steeds het gevoel hebt dat je in een privé situatie inbreekt, wordt je meteen geaccepteerd. Praten gaat met de ene informant makkelijker dan met de ander, maar dat lijkt me erg menselijk. Het gewoonlijke praatje begint zoals je het overal ter wereld hoort ‘Oh darling, how are you today? Och, isn’t the weather just terrible?’ en dat gaat vaak langzaam over in sentimentele herinneringen aan hoe men vroeger elke dag bij elkaar binnenstapte, hielp op het land en ’s avonds samen dronken werd van de whisky.

Het is slechts tien minuten rijden naar Ann, ze woont in één van de meer oostelijke dorpjes van de gemeenschap, net als ik. Terwijl ik bij Ann binnenstap komen er nog twee auto’s aangereden. ‘Ah, dat is de band voor vanavond!’. Hoe kan het ook anders? Geen ceilidh (dinnerparty) zonder live muziek. Wanneer ik ga zitten krijg ik het welbekende kopje thee. De band, die bestaat uit twee mannen met gitaren, gaat ook zitten en ze beginnen meteen met oefenen voor de opening. Dit berooft mij helaas wel van de mogelijkheid om Ann te interviewen. Een oplossing doet zich snel voor wanneer Ann vraagt of ik haar moeder misschien wil spreken die in het andere gedeelte van het huis woont. Zo ja, dan gaat ze haar nog een keer proberen over te halen, want ze is nogal verlegen. Ik stem in met haar aanbod en wanneer ze terugkomt heeft ze goed nieuws. Wanneer ik binnenloop in het tweede gedeelte van het huis, zie ik een oude dame op de bank zitten met een pluizig hondje op haar schoot. De televisie staat aan zonder geluid en ze houdt een breiwerkje in haar handen. Ze lacht verlegen als ik binnenkom, maar als ik eenmaal met haar aan de praat raak komt ze los. Ze vertelt dat ze door haar ziekte niet veel meer buiten komt en dus niet veel mensen meer ziet.  Daarnaast kan ze me veel vertellen over Gaelic op Lewis en haar persoonlijke connecties tot de taal. Zo luistert ze graag naar Gaelic muziek en luistert ze elke zondag naar de Gaelic kerkdienst op haar Ipod. Wanneer ik haar weer verlaat om wat te gaan eten krijg ik een stevige knuffel van haar en de opmerking dat ik snel maar weer langs moet komen, naar mijn idee het grootste compliment dat een antropoloog kan krijgen.

* om privacy redenen heb ik namen geanonimiseerd