Veldwerk in Noord-Amerika

Fietsend door St. Louis

St. Louis (U.S.A)

Geschreven door Eline Morsink

Nog even onze tas checken. Huissleutel, recorder, Amerikaanse mobiel, Nederlandse mobiel. Klaar om op onze geleende fietsen te stappen. Een zilveren mountainbike en een groene cruiser. Het is hooguit tien minuutjes fietsen naar het activistencafé. Dit fietstochtje maken we bijna dagelijks. In vijf en halve week hebben we onze plek in het verkeer van St. Louis al goed gevonden: gewoon voorsorteren tussen de auto’s. We zijn nu precies op de helft van onze tijd in de Verenigde Staten en dus ook van ons veldwerk. Naast onze plaats in het lokale verkeer, hebben we ook onze weg gevonden naar de goedkoopste supermarkt, het lekkerste brood en zelfs naar het winkelcentrum in een van de suburbs.

St. Louis is een stad met ruim 300.000 inwoners. Qua inwoners dus te vergelijken met Utrecht. Het verschil is dat St. Louis bekend staat om haar leegstand en Utrecht juist om haar woningnood. Het is dan ook volkomen normaal dat we op ons korte fietstochtje huizen tegenkomen met ramen die zijn dichtgetimmerd met houten platen. Deze platen zijn beplakt met aanplakbiljetten waarop staat “no trespassing or loitering, violations will be prosecuted”. Verder staan in veel voortuinen borden met daarop “Black Lives Matter”. De mensen in onze wijk zeggen dat het er allemaal erger uit ziet dan dat het is. We krijgen echter ook veel waarschuwingen van mensen die zeggen dat we goed moeten oppassen voor onze veiligheid, en dat we toch niet in de beste buurt wonen. Het zegt immers genoeg dat er bij een winkel niet wordt gezegd: “tot ziens”, maar “be safe”.

Na een kort fietstochtje komen we aan bij het café. We worden begroet door mensen achter de bar en aan de bar. We zijn al echte stamgasten hier. We blijven even staan kletsen en zoeken dan een plekje. Soms kiezen we een tafel bij een stopcontact, zodat we onze interviews kunnen transcriberen. Het is immers goed om ons gezicht te laten zien in plaats van alleen thuis op onze kamer interviews uit te typen. Echter, vandaag zijn we hier niet om achter onze computers te zitten. We hebben we hier een interview. We proberen een tafeltje te zoeken waar we niet zoveel last zullen hebben van de achtergrondmuziek en deuren die open en dicht gaan.

Een paar minuten later komt de activist binnen met wie we een interview hebben gepland. Ons onderzoek richt zich op antiracisme activisme en motivaties van activisten om betrokken te zijn en blijven bij dit soort activisme. In tegenstelling tot onze gewenning aan het lokale verkeer, raken we, gelukkig, nog maar niet gewend aan de verhalen van activisten. Mensen vertellen ons vaak erg persoonlijke verhalen over het racisme dat zij zelf ervaren. Dit betreft
zowel racisme op het persoonlijke vlak als institutioneel racisme. We krijgen, voor de tweede keer vandaag, te horen hoe een activist is mishandeld door verschillende politieagenten tijdens de protesten in Ferguson in 2014. Elke keer blijft het even heftig om te horen.

We merken dat veel activisten hun verhaal graag willen delen. Tegelijkertijd is er een groep hardcore activisten van wie we nog een beetje het vertrouwen moeten winnen. Er zijn in de geschiedenis namelijk geheimagenten geweest die het bevel hadden om te infiltreren in bewegingen zoals de Black Panthers. Het kunnen opbouwen van vertrouwensrelaties, die  noodzakelijk zijn om ons onderzoek succesvol te doen, is mogelijk doordat we hier voor langere tijd zitten. We proberen naar zoveel mogelijk film screenings, informatie avonden en andere meetings te gaan zodat we langzamerhand rapport opbouwen met informanten. Ook zijn we nu bij twee protesten geweest. Een stil protest met kaarsjes voor een man die al 25 jaar onterecht in de gevangenis zit. En een protest tegen Trump’s aanwezigheid in St. Louis. Het voelen van de sfeer is onmogelijk te realiseren vanaf een afstand. Het doen van veldwerk is in ons onderzoek dus wat betreft vertrouwensrelaties opbouwen en “being there” zeker van onschatbare waarde.

Na het interview stappen we weer op onze fietsen. We moeten even bijkomen van alle heftige verhalen die onze informanten vandaag met ons hebben willen delen. De machteloosheid die zij constant voelen proberen we even te ontsnappen. Zoals gewoonlijk na een interview zetten we even Netflix aan. Een komedie zonder inhoud, om onze zinnen te verzetten. En terwijl we dit doen, beseffen we ons ten volle dat het een privilege is om de mogelijkheid te hebben om je te kunnen ontdoen van deze zware, slopende strijd tegen racisme. Maar ons (blanke, Europese) privilege gaat verder dan dat. Naast dat we op dit moment Netflix aan kunnen zetten, kunnen we zelfs over ruim een maand weer onze geleende fietsen inruilen voor onze eigen fietsen in Utrecht, terwijl hier de strijd tegen racisme door zal gaan.

 

De onvoorspelbaarheid van het veld

St. Louis (U.S.A.)

Geschreven door Thirza Andriessen

Het is zaterdagochtend half 8 in St louis (Missouri, Verenigde Staten) wanneer Eline’s wekker gaat. Een kwartier later gaat mijn wekker, al maakt dat eigenlijk niks uit, want wanneer Eline wakker wordt, word ik ook wakker. We slapen namelijk gedurende 11 weken in dezelfde kamer in een tweepersoonsbed van 1.40 meter breed. We slapen niet alleen in deze kamer; we eten, schrijven en kijken series vanuit dit bed. Een goede samenwerking met iemand die
je volledig vertrouwd en waar je jezelf bij kan zijn, is tijdens ons veldwerk nog belangrijker geworden dan ik van te voren had kunnen voorspellen. Doordat tijdens onze eerste dagen na aankomst al bleek dat het te gevaarlijk is om hier, vooral ’s avonds, alleen op pad te gaan, hebben wij besloten ons veldwerk geheel samen te doen.

Al is St. Louis en de wijk waarin wij wonen minder veilig dan wij voorzien hadden, toch vallen andere aspecten juist nog positiever uit dan ik had durven voorspellen. Zo blijken er in onze wijk erg veel activisten te wonen. Iedereen die we vertellen dat we bij Cherokee street wonen en naar St. Louis zijn gekomen om onderzoek te doen naar het activisme tegen racisme, reageert met ‘you have just come to the right spot!’. Ik zal nooit met zekerheid
kunnen zeggen of dit kwam door een goede voorbereiding of dat hier ook een beetje geluk bij komt kijken. Iedere week vinden er drie of vier evenementen plaats in onze wijk die onderdeel zijn van de strijdt tegen racisme in St. Louis, zoals Poetry Slams, Fundraiser Events, een March en Black Cinema. Op alle andere dagen zijn er op andere plekken in de stad interessante activiteiten te doen voor ons onderzoek. Hierbij was de eerste maand van ons
veldwerk, februari, ook nog eens Black History Month, waardoor er nog extra activiteiten te doen waren. We hoeven ons dus geen moment te vervelen en kunnen onze onderzoeksgroep gemakkelijk vinden. Daarbij blijken de activisten in St. Louis een redelijk afgebakende groep te zijn, waarbij iedereen elkaar via via wel kent. Doordat het een
duidelijke groep is, lukt het ons om zelfs binnen een grote stad als St. Louis een beetje insider te worden binnen onze onderzoeksgroep. Tegenwoordig begroeten we meerdere bekenden bij ieder evenement.

Nadat Eline en ik zijn opgestaan, zijn we om 9 uur klaar om naar het café te gaan waar we een afspraak hebben met een van onze informanten. We hebben echter al drie keer eerder met deze persoon proberen af te spreken en weten onderhand dat de kans redelijk groot is dat als hij op de ochtend van de afspraak niks van zich laat horen, hij
waarschijnlijk niet op komt dagen. Aangezien hij ook deze ochtend nog niet terug ge-sms’t heeft, besluiten we thuis te wachten op een reactie voordat we naar het café vertrekken. Ook dit is deel van het veldwerk en het leven als antropoloog. Je bent afhankelijk van je informanten om goed onderzoek te kunnen doen en hebt vaak geen keus dan flexibel zijn ten opzichte van je informanten. Ik besef me deze ochtend dan ook weer goed dat onze informanten in principe niet veel belang hebben bij de interviews. Hierdoor ben ik extra dankbaar voor alle mensen die ons hier zo hartelijk ontvangen en ons zo graag helpen zonder enig eigenbelang. Want al hebben we wat moeite met afspreken met de informant van deze ochtend, het merendeel komt gewoon opdagen en wil ons alles vertellen over waar
we interesse naar hebben. Ik zie dan ook hoe fijn mensen het vinden wanneer je gewoon luistert naar hun verhalen en interesse hebt in hun leven.

Gelukkig gaan de evenementen bijna altijd door. Nadat we geen contact meer hebben gekregen met onze informant, springen we daarom om half 12 alsnog op onze fiets om 5 minuten later aan te komen bij een gymzaal waar een basketbal wedstrijd plaatsvind. De basketbal wedstrijd wordt georganiseerd door een lokale politicus. Het is een wedstrijd tussen een team van wijkagenten en een team van buurtbewoners. De wedstrijd is georganiseerd om een betere relatie te creëren tussen politieagenten en inwoners van St. Louis. Een groot aspect van het racisme in St. Louis is namelijk het politiegeweld tegen AfroAmerikanen. Er zijn in het afgelopen jaar verschillende Afro-Amerikaanse jongeren doodgeschoten door blanke politieagenten, waarbij een duidelijk aanleiding niet altijd
aanwezig was. Daarbij horen wij vaak verhalen van Afro-Amerikanen die constant worden aangehouden door politieagenten zonder duidelijk reden. Er heerst veel wantrouwen van beide kanten. Bij de wedstrijd zijn we de enige blanken in het publiek, maar doordat we al redelijk wat mensen kennen die ons verwelkomen met een knuffel, voelen we ons geen enorme outsider. We zijn ook al bekend met de rapmuziek van Future die constant door de
boxen klinkt en proberen leergierig, maar voorzichtig, mee te doen met sommige dansmoves die de Afro-Amerikanen hierop hebben. Na afloop van de wedstrijd wijst een van onze informanten ons de vader van Michael Brown aan en daarna worden we voorgesteld aan de ouders van VonDerrit. VonDerrit was een 18-jarige Afro-Amerikaanse jongen die afgelopen jaar, op 10 minuten fietsen van ons huis, is doodgeschoten door een politieagent. Het blijft heftig om geconfronteerd te worden met hun dagelijkse realiteit, waarin racisme hun leven controleert.

Na de basketbalwedstrijd fietsen we terug naar Cherokee street om een smoothie te drinken in de zon. We hebben alle interviews die we tot nu toe gehouden hebben al getranscribeerd en kunnen even niks aan ons onderzoek doen. Op dit soort momenten is het een uitdaging om te ontspannen. De avonden vullen we namelijk ook vaak met onderzoek gerelateerde activiteiten. Deze avond worden we om 18:00 opgehaald door een informant, waarmee we naar het St. Louis City Juvenile Detention Center gaan om te kijken naar een Hip Hop Poetry Project van jongeren die in de gevangenis zitten. Het is confronterend om te zien dat al deze jongeren Afro-Amerikanen zijn en het is heftig om de individuele ontmoedigende situaties te horen die ze in hun gedichten beschrijven. Ontspanning en onderzoek gaat echter ook vaak samen, nog los van het feit dat het soms helemaal niet te onderscheiden is vanwege onze interesse in het onderwerp en betrokkenheid bij de onderzoeksgroep. Wanneer de voorstelling is afgelopen gaan we met onze informant mee naar een huisfeestje. Ons eerste Amerikaanse huisfeestje, gewoon voor ontspanning. Toch blijkt ook dat zelfs activiteiten als deze bij kunnen dragen aan ons onderzoek. Diegene die het huisfeest geeft, zal ons komende week namelijk voorstellen aan een vriendin van haar die ook fanatiek activist is.

Met een voldaan gevoel belanden Eline en ik om 2 uur ’s nachts weer in ons vertrouwde tweepersoonsbed. Deze dag liet mij zien hoe belangrijk het is voor een antropoloog om flexibel te zijn ten opzichte van het invullen van je tijd en mee te gaan in wat er op je afkomt. Voordat we echt gaan slapen kleur ik nog even deze dag in op onze
kalender. Ondanks de hoognodige flexibiliteit voor een antropoloog in het veld en de onvoorspelbaarheid van iedere dag, geeft de enorme maandkalender die in onze kamer hangt enige structuur. Hierop houden we precies bij wat we gedaan hebben, wat we op de planning hebben staan en hoeveel weken we nog te gaan hebben. Hierdoor houden we goed overzicht over het verloop van ons onderzoek en houden we toch enige controle over het efficiënt gebruik van onze tijd in het veld. Gelukkig zit dat tot nu toe helemaal goed. Eline en ik hebben besloten er één lange wittebrood fase van de maken.

 

Koud weer, warme gemeenschap

Cedar Falls (U.S.A.)

Geschreven door: Florian Albronda en Vincent Walstra

Nadat we onze bergschoenen hebben aangedaan, warme trui, thermokleding, muts, sjaal, jas en handschoenen hebben aangetrokken, lopen we naar het afgesproken punt voor ons appartement. Hier worden we zo opgehaald om mee te lopen in een zogeheten Moai. Een Moai is een initiatief dat is overgenomen vanuit Japan, waarbij een groep mensen intensief met elkaar omgaat om een sterke sociale band op te bouwen. Deze groep doet dit door wekelijks op zaterdagochtend af te spreken. Normaal gesproken gaan zij fietsen of wandelen, als er sneeuw ligt komen er sneeuwschoenen aan te pas. En sneeuw ligt er zeker. De wegen zijn weliswaar sneeuwvrij, maar de rest van Cedar Falls is bedekt met een flinke laag sneeuw en ijs. De stoep is nauwelijks te belopen, lopen doe je überhaupt niet in dit weer, dat was de eerste les die we meekregen. In de supermarkt kwam een man naar ons toe om te vragen of wij die jongens waren die hij langs de weg had zien lopen. Dit konden we bevestigen en zijn blik verraadde dat hij dit óf erg dapper, óf erg dwaas vond. Misschien een beetje van beide.

Ondertussen staan we dus tussen de opgehoopte sneeuw langs de kant van de weg te wachten, ach dan maar een paar sneeuwballen naar elkaar gooien. Een informant heeft ons in contact gebracht met één van de deelnemers van deze Moai. Zij komt ons als het goed is ophalen op deze afgesproken plek, maar we hebben geen idee wie we precies moeten verwachten. Voordeel is dat we waarschijnlijk de enige twee personen zijn die langs de kant van de weg staan te wachten op hun lift, ze zullen ons niet over het hoofd zien. Dan stopt er een auto waar een enorm enthousiaste vrouw uitstapt. Zij en haar man groeten ons vriendelijk en nemen ons mee naar de startplek van onze sneeuwschoen wandeltocht. We ontmoeten nog vijf andere deelnemers en vertrekken het bos in.

Cedar Falls is een klein stadje in Iowa, midden Verenigde Staten. Het is een agrarische staat en dit stadje heeft iets meer dan 30.000 inwoners. Iowa staat bekend om de start van de presidentiële verkiezingen, en daar is dan ook alles mee gezegd. Waar andere staten grote steden of natuurlijke wonderen herbergen, heeft Iowa vooral maïs. De week van aankomst is het erg koud en ligt er veel sneeuw. Het is even wennen, maar de mensen zijn super. Vanaf de eerste dag worden we op sleeptouw genomen door onze informanten en leren we elke dag weer een hoop nieuwe mensen kennen. In eerste instantie is het wat wennen aan de onbekenden die je begroeten met ‘’Heeey, how are you today?’’ waarop je natuurlijk antwoord ‘’Fiiiine! How are youuu?’’ met een respons dat het goed of soms zelfs geweldig gaat. Menen de mensen dit? Zijn ze echt zo aardig of is het allemaal show? Toch blijkt nu, na drie weken, dat het vaak menens is. Mensen zijn enorm behulpzaam en erg vriendelijk. Zo ontmoetten we een man in een café, raakten aan de praat en 10 minuten later besloot hij ons twee fietsen te lenen voor de komende acht weken, we konden ze de dag erna ophalen.

Deze vriendelijkheid komt ook tijdens de sneeuwschoen Moai naar voren. Terwijl we door het bos lopen en herten, kalkoenen, een uil en tientallen eekhoorns spotten, komen we allebei van het ene in het andere gesprek terecht. Opvallend, en voor de antropoloog in het veld ideaal, is dat de mensen hier graag vertellen over wat ze denken, doen, wie ze kennen en wat ze je te bieden hebben. Op deze manier rollen we van de ene in de andere meeting en hebben we binnen no-time een behoorlijk aantal informanten. Na de Moai drinken we nog een kop koffie of thee en kletsen wat door. Ze vinden het leuk dat we van alle plekken in de wereld nou net in Cedar Falls terecht zijn gekomen voor ons onderzoek, dat maakt ze toch wel trots en draagt waarschijnlijk bij aan alle behulpzaamheid en interesse in ons onderzoek. We vertellen hen dan dat we onderzoek doen naar het Blue Zones Project, een landelijk project dat in onder andere Cedar Falls is neergestreken, dat zich richt op het creëren van een gezonde levensstijl. De opgerichte Moais zijn hier een onderdeel van.

Inmiddels is de sneeuw al vrijwel weggetrokken. De platte omgeving, dorpse sfeer en het wisselvallige klimaat (met de bijkomstige dagelijkse gesprekken over het weer) doen enigszins Nederlands aan. De roots van de mensen ligt dan ook vaak in Nederland, Duitsland of Denemarken wat ons weer raakvlakken geeft met de lokale bevolking. Gelukkig zijn er de kleine courgettes voor $2,50, het aankomende baconfestival, de opmerking dat we in de nabij liggende stad een pistool nodig zullen hebben (weliswaar een grapje), de fietsonvriendelijkheid, college basketball, en de Walmart er om ons er aan te herinneren dat we toch echt in de VS zijn. Cedar Falls is zeker niet de meest exotische plek waar een antropoloog naar toe kan gaan, maar ben je op zoek naar vriendelijke mensen en het ‘local’ Amerikaanse leven, dan zit je hier zeker goed. Nu nog hopen dat de sneeuwstorm, die zich hier tot en met mei kan melden, dit jaar voorbij waait